Jong versus oud

 
B_BelugaLinzen.jpg
 
 

Er rest één grote vraag. Wat is nu die exacte kooktijd? Tja, de kooktijd. Dat, o dat, is waar wetenschap de kunst ontmoet. En waar de meesterlijke hand van de kok zelf nodig is. Het valt namelijk niet te zeggen. Niet exact.

 

Elk type boon kent een indicatie. Maar hier komt ook de ouderdom van het bonengebroed om de hoek. Bonen kun je zo maar een aantal jaar bewaren. Ze zijn nog steeds goed en lekker. Maar terwijl ze in hun hoekje zitten, wachtend totdat ze worden gegeten, verliezen ze steeds meer vocht. En hun leeftijd, lieve bonenvrienden, bepaalt daarom de exacte kooktijd.

 

Neem dat handje Blauwschokker kapucijners dat je gister kreeg van ome Jan. Die hij gedroogd van de stok plukte uit zijn moestuin. Zulke kakelverse droogbonen hebben maar een kort stoofje nodig. Maar o wee. Neem die fleurige Friese Gele woudbonen ergens in die verloren buitenhoek van je keukenkast. Ze zitten nog in hun zakje. Maar dat zakje is wel bestoft. Na jaren van geduldig toeven achter de gesloten deurtjes van die kast. Vooruit, ze hoeven geen dagen te koken. Maar een stief aantal uren moet je er wel voor nemen.

 

Bonen zijn dus net als mensen. Met de jaren worden het gedroogde besjes. In de regel nog steeds vitaal. Maar alles kost ze net meer tijd.

 

Laten nou ome Jan met zijn Blauwschokkers en de verloren gewaande Friese Gele woudbonen echt bestaan. Materiaal om de leeftijdshypothese te onderzoeken. Voor beide typen geldt een normale indicatie van zo’n 60 minuten voor de kooktijd. Kooktijd van de Blauwschokker jonkies? Slechts 38 minuten. Kooktijd van de Friese Gele besjes? Een volumineuze 162 minuten. Point made.

 

Kortom. Bonenleeftijd bepaalt kooktijd.

Hoe bepaal je dan de kooktijd? Simpel. Door regelmatig kijken en proeven. Gare bonen zijn heel. Hebben een stevige bite. En zijn zacht en romig van binnen. Moeilijke beslissing? Echt niet. Jij weet wat je lekker vindt. (Toch?)

 
Anne Pekelharing