Yellow Indian Woman boon

Yellow Indian Woman boon

from 3.95
Gewicht:
Quantity:
Voeg toe
 

Omschrijving

Yellow Indian Woman boontjes. Ze zijn klein en rond. Hebben een diepe zandgele kleur. Met ragfijne bruine adertjes. En een prettig wit naveltje. Hun alternatieve naam is Buckskin. (Boontjes van hertenleer.) Ergens is die laatste naam wel correct. Want ze hebben een stevig, maar doorlaatbaar velletje. Daardoor blijven deze zandgele rondjes bij het koken heel, maar produceren toch een rijk en smaakvol kookvocht. Zelfs als je ze lang suddert. Als ze gaar zijn, is hun textuur vol en zijdezacht. Ze smaken zoet, met een vleugje aardsheid en paddenstoel.

De bonen bevatten per 100 g ongeveer:

  • 22 g eiwit
  • 63 g koolhydraten
  • 16 g voedingsvezels
  • 1 g vet
  • Ze zijn rijk aan vitamine B1, B6, foliumzuur, ijzer, koper, magnesium en aan calcium
  • Energetische waarde: 1.457 kJ (347 kcal)

Bereiden:

  • Weken: 4-6 uur
  • Koken: 45-60 minuten

Bewaren:

  • Op een droge, donkere plek tot een jaar houdbaar

Suggesties voor gebruik:

  • Chili
  • Potboon
  • Salade
  • Soep
  • Stoof
  • Amerikaanse keuken

 

 

+ Meer informatie

Sommige bonen zijn als broodkruimels. Volg hun route en je ontdekt hoe allerlei volken ooit kriskras over de aardbol trokken. Neem een troepje zandgele boontjes. Die maakten ook zo’n spoor door de tijd. Omdat mensen hen van hot naar her versleepten. Leuk om die reis eens dunnetjes over te doen.

Voor de start moeten we een paar eeuwen terug in de tijd. Toen kwam het troepje zandgele bonen voor het eerst boven de grond. In Mexico om precies te zijn. Ze waren bescheiden. Daarom vonden de boontjes het niet erg om aanvankelijk zonder naam door het leven te gaan. Ze groeiden zorgeloos onder de koesterende handen van de inheemse bevolking.

Totdat Columbus voet aan land zette op de Bahama’s. Na zijn ontdekking overspoelden Europese ontdekkers de Nieuwe Wereld. Eén van die avonturiers stak een handje zandgele bonen in zijn zak voordat hij inscheepte op de boot terug naar huis. En zo kwamen de kleine Mexicaantjes plots terecht in de kou en donkerte van Zweden. Dat was even schrikken voor onze kleine helden. Maar ze herpakten zich moedig en leerden groeien in hun nieuwe thuisland.

Een Zweedse familie trok zich het lot aan van de verdwaalde Mexicanen. Besloot mee te doen aan de kolonisatie. En gaf de bonen een lift terug naar de Nieuwe Wereld. Dat was een feest. Eindelijk naar huis. Maar helaas. De bestemming van de familie lag een stuk noordelijker. Het was de staat Montana. De bonen hadden geen keus. En maakten er het beste van. In Montana. Opnieuw gingen ze onverstoorbaar aan de groei. En verspreidden zich rap over de hele staat. Die pit trok de aandacht van de inheemse indianen. Zij namen de kleine zandgele boontjes op in hun repertoire. En genoten van hun nieuwe aanwinst. Maar de Europese kolonisten zagen al snel meer brood in tarwe. En deden de boontjes in de ban. Gelukkig bleven de indianen onze boontjes trouw.

Jaren gleden voorbij. Totdat er een of andere slimmerd op een dag een lokale markt ergens in de staat Montana bezocht. Laten we hem Zweedse Carl noemen. En die Carl zag een troepje zandgele boontjes. En hij moest het kwijt aan zijn vrouw. Laten we haar Zweedse Ada noemen. Dus Carl zei tegen Ada: “Gut, wat een mooie bonen groeit de inheemse bevolking toch. Ik vind dat die bonen een naam verdienen. Yellow Indian Woman boon. Dat is nu echt passend voor deze lokale boontjes.” En Ada kon het alleen maar beamen: “Ja Carl, ze zijn echt heel prachtig. Knap hoor. Je hebt een heel treffende naam verzonnen.”

Tja, wisten Carl en Ada veel.

Het gewone bonen geslacht

Nieuwe Wereld bonen. Gewone bonen. Of in het Latijn Phaseolus vulgaris. Deze boon komt in zo veel vormen en kleuren dat het moeilijk is te geloven dat ze afstammen van één en dezelfde voorouder. Toch is dat zo. Allemaal Phaseolus vulgaris. Duizenden bonen zijn lid van deze club. En ze doen allemaal hun best om te bekoren.

De Yellow Indian Woman boon in jouw hart

Yellow Indian Woman boontjes. Ze zijn klein en rond. Hebben een diepe zandgele kleur. Met ragfijne bruine adertjes. En een prettig wit naveltje. Hun alternatieve naam is Buckskin. (Boontjes van hertenleer.) Ergens is die laatste naam wel correct. Want ze hebben een stevig, maar doorlaatbaar velletje. Daardoor blijven deze zandgele rondjes bij het koken heel, maar produceren toch een rijk en smaakvol kookvocht. Zelfs als je ze lang suddert. Als ze gaar zijn, is hun textuur vol en zijdezacht. Ze smaken zoet, met een vleugje aardsheid en paddenstoel.

De Yellow Indian Woman boon in jouw keuken

Yellow Indian Woman boontjes zijn heerlijk in soep en stoof met veel verse groenten. Een zonnetje op iedere salade. En romig blij in elke dip. Maar laten we ze nog eenmaal naar huis brengen. Maak een Mexicaanse chili met chipotle, chocola en citroen. Nog nooit chocola door de chili geroerd? Doe het ter ere van onze zandgele boontjes. De aardse chocola. De rokerige chipotle. De friszure citroen. En de romige boontjes. Het is Mexico op zijn best.

En de Yellow Indian boontjes geraken voor even thuis. In jouw keuken.

Rariteit: bonen en blokhutten

Onder de Europese kolonisten die vanaf de zeventiende eeuw naar Amerika trokken, waren maar weinig Zweden. Maar de paar die het waagden brachten wel iets bijzonders mee. (Naast de Yellow Indian Woman bonen.) Namelijk de blokhut. De houten huizen waren een enorm en blijvend succes. Grappig hoe Amerikanen zowel de zandgele boontjes als de blokhut nu als “American invention” beschouwen.

Herkomst en verspreidingsgebied

Door de eeuwen werd de gewone boon op veel plekken doorgekweekt. Dat heeft geresulteerd in unieke bonen die kenmerkend zijn voor een streek. De Yellow Indian Woman bonen groeien nu vooral in de Verenigde Staten.